Het is dat ik niet wil vloeken op mijn weblog, anders was het een pakkend begin geweest van dit verhaaltje. Ik vloekte in ieder geval hard en onbehoorlijk tegenover Nienke, ze trok haar wenkbrauw ervan op. Zoiets is ze niet gewend van me. Dit was de tweede of derde ochtend in een rij dat ik dat jankerige saxofoongeluid hoorde. Alsof er iemand buiten naast het huis stond te oefenen op zijn toeter.
Ik ben een coulant en tolerant mens. Ik accepteer homo’s en ik accepteer een beetje herrie in en om het huis ook wel. Ik woon op een studentencampus dus een beetje herrie hoort erbij, maar niet om half negen in de ochtend en niet een of andere toetermongool die een beetje buiten interessant loopt te doen met zijn sopraansaxofoon.
Ik vloek nog eens. Ik zou er nu eens wat van gaan zeggen ook. Heb je verdorie nog niet eens koffie op en je moet al naar buiten om een of andere gek te vragen op te houden met toeteren. Mijn ochtend is dan al naar de maan en dat mag die gek met zijn toeter ook weten.
Ik volg de herrie en stamp recht het bos naast ons huis in, welke idioot gaat nu bewust in de bosjes staan oefenen? Ik wil het nu wel eens weten ook. Ik draai het wandelpad op en zie daar het antwoord op de voorgaande vraag.
Onder een boom staat een jongen, zijn jas over een tak, zijn fiets tegen de boom, vol overgave te blazen. Het is bohémien en schattig tegelijk. Verstomd blijf ik staan kijken. Dit had ik dan weer niet verwacht.
Hij spreekt me aan in gebrekkig engels met een zwaar slavisch accent. Of ik last van hem heb. Ik ontken. We hebben het even over koetjes, kalfjes en andere oppervlakkige zaken. Ik draai me weer om en loop terug naar huis. Hij roept me na. “See you tomorrow.”