I. Mijn broer lag met z'n schip aangemeerd in Vlaardingen en Dirk en ik konden komen barbecuen. Op een warme dag niet hoeven koken en op het achterdek van een groot schip buiten zitten eten in plaats van in een te warme bovenwoning, dat trok ons wel.
We lieten ons bedienen door matrozen, de voordelen van officier zijn, en dronken bier uit de "walk in fridge" We besloten dat mijn broer een erg leuke baan had. Toevallig weet ik nu dat ze in een storm varen en elke vier seconden veertig graden heen en weer schommelen. Elk voordeel...
II. De trein naar huis was warm. De concentratie missend om te lezen, staarde ik met mijn hoofd tegen de bank naar buiten en luisterde naar de gesprekken om me heen.
Er bleek een vrouw van 62 in mijn coupé te zitten die haar eerste date had gehad met een nieuwe liefde, zo vertelde ze haar reisgenote. Ze wilde hem gauw weer zien, maar niet blijven slapen. Dat deden vriendinnen van haar en daar kwam alleen maar ongein van. Nee, je moest niet te happig zijn, dan waren de kerels zo weer weg.
Ik had mijn hoofd intussen gedraaid naar de man die naast mij zat. Hij bleek met even hoog opgetrokken wenkbrauwen mee te luisteren.
III. Ik kwam thuis in mijn persoonlijke sauna. De warmte laat zich in mijn vier meter hoge studio niet verdrijven en na een nacht koelen slaat ze overdag net zo hard weer terug. De enigen die het fantastisch vinden zijn Nero en Brutus, m'n dwerpapegaaien, die zich bij elke mogelijkheid onder de kraan laten zetten of, zoals vanavond zich wasten in mijn pan met broccoli die ik net had schoongemaakt.
Ik wacht maar dapper af op die onweersbui waar de dag om schreeuwt.