Het kampvuur werd laat, redelijk gauw had ik mensen gevonden die zo nodig nog meer konden kletsen dan ik. Het was zaterdagavond geweest en het werd zondag. Op een bepaalde manier was het zo'n ultieme oriëntatie-dag. Niemand die nog hoeft te werken en voorzichtig leek iedereen elkaar te besnuffelen met vragen op het niveau van: Wie ben jij? Wat doe je en kun je Woody Woodpecker nadoen?
Het maakte niet uit waar je heen ging buiten het kamp om. Sinds gisteravond was er de veronderstelling: 'Wij kamperen samen, dus horen we bij elkaar.' Kwam je kampgenoten tegen op de fiets dan werd er ofwel heftig gezwaaid of gebeld. De automatische verbroedering verbaasde me, maar beviel stiekem wel.
Het kampvuur werd laat. Het was zondagavond geweest en werd bijzonder vroeg maandag. Duffe hoofden verzamelden rond "de paal". "De paal" is niets meer dan een vlaggenmast met daaronder een whiteboard waar het corveerooster op stond. Corvee, ook dat nog.
We werden naar een zekere "Eikelschuur" geleid waar we onze werkinstructies zouden krijgen. Er werd gevraagd of iemand een regenbroek bij zich had en vies kon worden. Direct wees ik m'n vriend aan als degene die aan beide kwalificaties voldeed. M'n eerste wraak zou gelijk zoet zijn, maar voor ik het wist stond ik in een regenbroek met een hogedrukspuit matten te ontdoen van verf, zand en alg. En dat terwijl achter me het in elkaar schroeven van rasters om fruitbomen aan te lijnen voor de grootst mogelijke hilariteit leek te zorgen.
In mijn hoofd spookten haatdragende varianten van die kazige "Liefde is..."-spreuken rond. Liefde is jezelf een oor aan laten naaien omdat hij op werkvakantie wil. Liefde is kamperen in een weiland vergeven van mollen en teken omdat hij dat zo leuk vindt. Liefde is met het smerige werk opgescheept worden dat je voor hém in gedachten had.
Ondertussen was ik mijn vierde mat aan het schoonspuiten en stonden er drie man om me heen verzameld.
"hé! Het is twaalf uur hoor, morgenochtend gaan we wel weer verder."
-"Jamaar, deze wil ik nog even afmaken." Ik hoorde het mezelf zeggen.
"Ha!" reageerde m'n vriend, "Je bent aangestoken met het landgoedkampvirus."
Het was mijn eer te na om hem gelijk te geven, maar toch was de ochtend verassend snel voorbij gegaan. Dit was misschien best vol te houden.